Anders zijn is mooi

Benetton

“Hoe vaak ben je je ervan bewust dat je anders bent?”, vroeg Daan gisteren, doelend op onze etnische afkomst. Ik zit in Porto te genieten op het terras aan de rivier de Douro met twee van mijn liefste vrienden. We hebben elkaar tien jaar geleden leren kennen achter de kassa van Albert Heijn. Het is de plek waar ik voor het eerst in een omgeving terecht kwam waar de zwarte haren in alle vormen en maten in de meerderheid waren, waar ik voor het eerst besefte hoe mooi die zijn en waar ik voor het eerst van mijn eigen haarkleur begon te houden.

Opgegroeid in een klein wit dorpje in de buurt van Rotterdam, een blank zelfstandig gymnasium als middelbare school, en in de Utrechtse collegebanken omringd door blonde paardestaartjes. Ik beheerste de taal en ik kon goed leren. Ik kende alle gebruiken en wist hoe ik me behoorde te gedragen. Ik had vrienden en werd uitgenodigd op veel feestjes. Ik kreeg vaak te horen dat “ik eigenlijk toch gewoon net een Nederlander ben”. Maar hoe zeer ik me ook overal op mijn gemak voelde en hoe zeer ik er ook gewoon bij hoorde, ik heb altijd geweten dat ik anders was.

Het zit ‘m in de kleine momenten

Het zit ‘m in de kleine momenten. Ik merkte het als ik bij vriendinnetjes ging spelen en niemand zijn schoenen in huis uit deed, terwijl ik dat eigenlijk uit gewoonte wel wilde doen. Ik merkte het als ik met een vriendinnetje naar de slager ging en ze exact hetzelfde aantal stukjes vlees kocht als er gezinsleden waren – meteen wetende dat ik die avond dus gewoon thuis zou eten. Ik merkte het als de ouders van een vriendin vroegen of wij pannenkoeken met spek konden gaan bakken, en dat dat het enige zou zijn wat we hadden als avondeten. Ik merkte het als vriendinnen écht niet zonder mascara konden omdat ze anders zo bleek zagen, terwijl ik bij mezelf geen verschil zag.

Elke keer als me zoiets opviel, hield ik beleefd mijn mond. Ik paste me aan, omdat het dus blijkbaar zo hoorde. Ik hield ook maar gewoon in huis mijn schoenen aan, ook al vond ik het een beetje vies. Ik zei rond etenstijd braaf dat mijn moeder met het eten op me wachtte, zodat er geen ongemakkelijke situatie zou ontstaan door te weinig vlees. Ik at de pannenkoeken als avondeten, wetende dat ik de volgende dag gelukkig weer gewoon rijst zou eten. En ik liet mijn vriendinnetje mascara uitproberen op mijn zwarte wimpers en knikte maar gewoon zonder het te menen als ze zei dat het me écht mooier maakte. Ik dacht altijd dat het aan mij lag, dat het kwam door de gekke gebruiken in mijn eigen familie, dat ik degene was die blijkbaar anders was omdat al deze zaken me opvielen.

De kleine momenten bleken zo van grote betekenis te zijn. Ik onthield alles wat anders was van wat ik thuis gewend was om vervolgens na thuiskomst rapport uit te brengen aan mijn moeder. Echt bakra, typisch Nederlands, was dan de strekking van het antwoord. En met die uitspraak wist ik dat ik echt niet “eigenlijk toch gewoon een Nederlander was”, maar dat deze kleine gedragingen me onderscheidde van mijn Nederlandse vriendinnetjes.

Een levende Benetton-reclame

Lange tijd kon ik het alleen delen met mijn ouders en mijn broers – tot ik op mijn zestiende ging werken bij een Albert Heijn in hartje Rotterdam. Plotseling waande ik me in een omgeving waarin de blonde haren een uitzondering waren, en er met verbazing gesproken werd over bepaalde Nederlandse gebruiken. Met bewondering werd gekeken naar de donkere huidskleur – de natuurlijke althans, niet die van de zonnebank – en met trots werd gesproken over de eigen stevige, zwarte haren. Hier was ik niet meer anders, en kon ik ook buiten mijn eigen familie praten over alles wat me opviel aan Nederlanders.

Nu tien jaar later zit ik op het terras in Portugal met Daan en Romana, mijn collega’s van toen en vrienden van nu. Hier in Porto zijn we ons er vrijwel continue bewust van dat we er anders uitzien. We worden aangestaard als we op straat lopen, wellicht omdat we gezamenlijk een levende Benetton-reclame vormen met onze Nederlandse, Chinese en Surinaamse afkomst. Maar voor mij voelt het niet onprettig. Ik weet niet hoe vaak ik me er bewust van ben dat ik anders ben, omdat het ‘m zit in de kleine momenten die zich plotseling voordoen. Maar juist in die kleine momenten is het mogelijk om te laten zien hoe mooi het is om anders te zijn.

Bron afbeelding: www.benetton.com

4 antwoorden
  1. Jessica
    Jessica zegt:

    Hey Nanc! Leuk geschreven!:) Maar er is mij iets opgevallen… In het Benneton stukje noem je jezelf Chinees en Romana Surinaams… Maarre… Dat ben jij uiteindelijk dan toch ook?;P
    Xxx Jes

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *