(Be)Stuurloos

Stuurloos

Ik wist niet waar ik aan begon, laten we dat voorop stellen. Groen was ik, nul bestuurservaring. Toch kwam er een volmondig ‘Ja!’ op de vraag of ik in het bestuur van RSV Antibarbari wilde. Dat is de studentenvoetbalvereniging van Rotterdam, waar ik nog geen jaar lid was toen ik het bestuur inging.

“Stond ik opeens met twintig vrouwen op het veld, de één nog gekker dan de ander.”

Het begon allemaal met een proeftraining. Stond ik opeens met twintig vrouwen op het veld, de één nog gekker dan de ander. Na de training samen biertjes doen, maar ik moet wel de laatste tram naar huis hebben. Dat was dus echt not done, met de tram naar de club komen. “Volgende keer op de fiets, dan kun je langer blijven hangen”’. De ervaring leerde dat blijven hangen op een donderdagavond gerust tot vier uur ’s nachts kon betekenen. Die gezelligheid zorgde er heel snel voor dat ik de club ingezogen werd en ook dingen voor de club wilde doen. In dat opzicht was bestuur een logische stap.

Vicevoorzitter

Vicevoorzitter was mijn functie. Het houdt in dat ik verantwoordelijk was voor het clubgebouw en zorgde voor avondeten op de twee trainingsavonden. Schoonmaken van de hele toko was ook mijn dingetje, net als het overnemen van de taken van de voorzitter mocht die afwezig zijn. Een donderdag sluit betekent dus dat je mag genieten van de zonsopgang, nog wat slaap probeert te pakken en daarna veinst dat je fris en fruitig in de collegebanken zit (als je die al gehaald hebt).

Als vrouw aan het hoofd

Na dat seizoen besloot ik dat ik er nog niet klaar mee was. Zo werd ik voorzitter van de vereniging. Ik was de enige van het oude bestuur die door wilde en ging met zes nieuwe bestuursleden aan de slag. Deze keer als eindverantwoordelijke. Van álles. Die druk voel je wel.

Als vrouw aan het hoofd staan van een voetbalclub was vaak niet makkelijk. Het blijft een mannenwereld, waarin ik als vrouw een plekje moest veroveren. Ik moest laten zien dat ik als eerste gewoon voorzitter was, en ja, toevallig ook een vrouw. Eigenlijk merkte ik al snel dat vrouw zijn juist in mijn voordeel kon werken. Daar hoefde ik niets voor te doen! Een jonge vrouw als voorzitter valt nou eenmaal op, een welkome afwisseling is mij meer dan eens grijnzend medegedeeld. De aandacht was zo getrokken en eenmaal in gesprek wist ik de mannen al gauw duidelijk te maken dat hoewel we een studentensportvereniging zijn we toch echt ook normaal en serieus voetballen. Meestal dan.

Sinds ik bestuur doe ben ik gaan snappen hoe veel je om een club kunt geven. Hoe blij je kunt zijn wanneer het goed gaat en hoe veel zorgen je kunt maken wanneer het niet loopt of mis dreigt te gaan. Als voorzitter wil ik het beste voor mijn club en haar leden. Mijn bestuur houdt de belangen van de club in het oog en grijpt in wanneer deze in het geding komen. Die gevoelens drijven je om je in te zetten, je boos te maken en je schor te juichen. Alles voor mijn kluppie, dat is clubliefde.

Einde van een tijdperk

Mijn twee bestuursjaren voerde die gedachte en dat gevoel de boventoon. Aftreden voelt als het einde van een tijdperk. Mijn oude trainer en teamgenootjes hebben me herhaaldelijk gewaarschuwd voor het zwarte gat waar ik in zou vallen en de zeeën van tijd waarin ik zou verdrinken. Zelf was ik er ook bang voor, maar zo voelt het helemaal niet. Het is tijd dat andere leden met nieuwe ideeën en een frisse blik het roer overnemen. Gek hoor, het voelt echt alsof mijn tijd geweest is. Er staat een nieuwe groep klaar om de uitdaging aan te gaan. Met en gerust hart kan ik afstand doen van mijn functie, mijn taken en mijn verantwoordelijkheden. De clubliefde? Die blijft altijd.

2 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *