Will the real Nancy please stand up?

Nancy B.

‘Een Caramel Macchiato voor Nancy!’ roept de baristo luidkeels door de espressobar. Ik loop naar de toonbank toe om mijn shot of sweetness aan te nemen en de jongen zegt enigszins verrast: ‘Hey, Nancy Arjam!’ Daar issie weer hoor, het welbekende grapje. Story of my life en vaak een aanleiding voor anderen om een gesprekje aan te knopen. Vind ik het erg? Nee. Is het voorspelbaar? Best wel.

Voor de lezer die denkt: ‘Wie is Nancy Ajram?’ De dame in kwestie is een populaire, Libanese zangeres, onder andere bekend van hits als ‘Ah we Nos’ en coach in het televisieprogramma Arab Idol. Oprah Winfrey omschrijft haar als één van de meest invloedrijke iconen in de Arabische wereld. Ik vind mijn naamgenote hartstikke leuk. Haar grootste hits zing ik vrolijk mee en Nancy vormde zelfs het lijdend voorwerp in mijn scriptie over de representatie van vrouwen in Arabische popcultuur – die ik overigens met een 8,5 heb afgerond. She rocks!

Hoewel de superster en ik onze naam en Arabische achtergrond delen, lijken we verder niet echt op elkaar. Zij heeft felblauwe ogen, de mijne zijn donkerbruin. Haar huid is zo wit als melk en mijn teint komt meer in de buurt van een Caramel Macchiato. Bovendien maakt het Libanese nachtegaaltje er geen geheim van plastic fantastic te zijn. Voor mij geen botoxnaaldjes of plastische chirurgie. #willtherealnancypleasestandup

“Supercheesy, al is koffie + een gratis compliment best een leuke deal.”

Wanneer ik uit beleefdheid toch om het grapje lach, zegt de baristo guitig: ‘Maar jij bent wel veel mooier dan Nancy.’ Supercheesy, al is koffie + een gratis compliment best een leuke deal. En dan volgt de hamvraag: ‘Waar liggen jouw roots?’ Hij is niet de enige die mij moeilijk kan plaatsten. Bij veel eerste ontmoetingen blijken mijn wortels steeds weer tot verwarring te leiden:

(A= Anoniempje, N=Nancy)
N: ‘Hoi, ik ben Nancy.’
A: ‘Wajoow Nancy Ajram! Je bent Marokkaans en je heet Nancy?’
N: ‘Ik ben niet Marokkaans.’
A: ‘Latina?’
N: ‘Haha nee.’
A: ‘Indisch dan?’
N: ‘Nope. Bij Marokko was je het warmst.’
A: (denkt na…)
N: ‘Oké vooruit, ik zal het verklappen. Mijn ouders komen uit Tunesië.’
A: ‘Je bent Tunesisch en je heet écht Nancy?’
N: ‘Dat is mijn artiestennaam.’
A: ‘Serieus?’
N: ‘Nee, natuurlijk niet.’
A: ‘Mooie naam hoor.’
N: ‘Dank je.’

Van Pocahontas tot Pakistaans, ik hoor het allemaal voorbij komen. De naam klopt niet bij de verschijning. Aicha, Yasmina of Ibtissam zou wellicht beter bij me passen. Maar eigenlijk heeft het wel iets, om voor zoveel kleurrijks door te kunnen gaan. Ik hou niet zo van hokjes, maar ik heb wel degelijk een sterke band met mijn geografische roots. Ik ben geboren en getogen in het bruisende Amsterdam, maar Tunesië is absoluut mijn tweede thuis.

Na mijn bachelor Film- en Televisiewetenschappen nam ik in 2009 de stap om een jaar in Sousse te wonen en het fusha – het klassieke Arabisch – onder de knie te krijgen. Back to my roots! Ik wilde mijn wortels weer voeden en voelen. De band versterken en nieuwe kanten ontdekken. Bovendien zou de taal altijd van pas kunnen komen bij mijn passie voor journalistiek.

Er zijn 1001 dingen die ik mooi vind aan Tunesië. De sfeervolle souks waarin ik uren kan rondslenteren, de indrukwekkende zandvlaktes en oases; de adhan (de oproep tot het gebed) die vijf keer per dag door de speakers van de moskeeën blaast. Ik heb me altijd gelukkig geprezen met het feit dat er naast Amsterdam nóg een plekje op de wereld is waar ik me thuis voel. De gastvrijheid, de traditionele deuren, de geur van jasmijn… Ik kan nog wel even doorgaan, al loop ik dan het risico als een clichématige reisfolder te klinken.

Naast mijn wortels heb ik ook vleugels meegekregen. Nog een lange to-do list met plekken om te bezoeken, mensen te ontmoeten en kennis te vergaren. Maar mijn wortels blijven oh zo waardevol: Steadied by my roots, reaching for the stars!

 

1 antwoord

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *