We zijn toch familie?

Nancy C. met oom en tante Amerika

Al van kleins af aan ben ik gewend om naar de andere kant van de wereld te vliegen, handen te schudden van mensen die ik alleen ken uit familieverhalen, en vervolgens door hen meegenomen te worden naar een plek waar in ieder geval gegeten kan worden. Als vanzelfsprekend betreed ik onbekende huizen, worden we verwelkomd met overvloedige maaltijden en mogen we blijven logeren. “Wij zijn toch familie” is de enige verklaring voor alle gastvrijheid die ik ontvang – en ondanks dat ik ze nog nooit gezien heb, blijkt er ook niet meer nodig te zijn dan dat.

“Ik bedenk me hoe bijzonder het is dat deze vrouw zich zo bekommert om een meisje dat ze nog nooit gezien heeft…”

Het is onze eerste avond in Suriname, en in het huis waar we verblijven is het een zoete inval van verre familieleden. We zitten met z’n allen in de keuken en nog moe van de jetlag zit ik stilletjes aan tafel om me heen te kijken. Er staan grote plastic bakken vol Javaanse bami met gebakken kip, en ik hoor hard gelach en verhalen van vroeger die in een mix van Surinaams en Nederlands opgehaald worden. Als mijn tante naast me komt zitten, peilt ze of ik genoeg gegeten heb, of ik moe ben, of ik het naar mijn zin heb. Ik bedenk me hoe bijzonder het is dat deze vrouw zich zo bekommert om een meisje dat ze nog nooit gezien heeft, maar hoe vanzelfsprekend dat lijkt te gaan omdat ik haar kleine nichtje uit Nederland ben.

In Hong Kong vraagt mijn oom wat we graag die avond zouden willen eten. Alles wat we willen, kunnen we krijgen. Mijn moeder antwoordt dat een bescheiden maaltijd wel voldoet, maar als we bij hem thuis komen staat de tafel vol met dampende pannen met traditionele gerechten van vroeger. Het is de eerste keer dat ik mijn oom zie, maar het lijkt nu al alsof hij me het beste van de wereld gunt. Als ik die avond koorts krijg, voel ik de ongerustheid van mijn tante. Ze laat me liggen in de slaapkamer, dekt me toe, geeft me Chinese kruidenthee en bidt voor me. Ook nu verbaas ik me over de grote zorgzaamheid waarmee mijn tante zich ontfermt over het buitenlandse nichtje waar ze vanwege de taalbarrière geen enkel woord mee gewisseld heeft.

Afgelopen zomer heb ik samen met een vriendin een roadtrip gemaakt langs de westkust van Amerika. Voor het eerst ga ik zonder ouders op buitenlands familiebezoek. Mijn oom heeft een reservering gemaakt bij de Cheesecake factory en als we de menukaart in handen gedrukt krijgen, geeft hij aan dat we alles mogen bestellen waar we zin in hebben en dat hij zal trakteren. Het is een vast gebruik in mijn familie om voor elkaar te zorgen – vooral wat het eten betreft –, maar nu ik zonder mijn ouders ben besef ik pas hoe weinig vanzelfsprekend dat is. Zij kennen mij immers niet echt, net zo min als ik hun ken. En toch. Dit is mijn familie.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *