Zitten, zwijgen en luisteren

Emilie

‘Je hoeft niet zo emotioneel te worden. Het was maar een grapje!’ Glunderend kijkt die kleine snotneus me aan. Met een rood hoofd, gebalde vuisten en knarsende tanden doe ik mijn best hem niet op zijn neus te slaan. Ik ben niet emotioneel. Ik ben kwaad! Zo luid als ik kan, roep ik: ‘Wat weet jij er nu van, jij hersenloos, omhooggevallen kalf?! Pombaksmoel! Eikel!’

“Al sinds ik een klein meisje was, schiet ik in een kramp bij vrouwonvriendelijkheden.”

Ik moet toegeven dat er weinig veranderd is sinds groep vier. Ik kan er nog steeds niet tegen wanneer iemand me vertelt dat ik niet mag meespelen omdat ik een meisje ben. En ik word nog steeds vuurrood als ik me ergens over opwind. Ik kan het nu alleen iets beter verwoorden. De incidentele tirade niet meegerekend. Mijn vrienden weten dat. De meeste aanvaarden me dan ook zoals ik ben.

Al sinds ik een klein meisje was, schiet ik in een kramp bij vrouwonvriendelijkheden. Pas veel later kreeg ik door dat ik eigenlijk enorm veel privilege heb. Mijn blanke huid, mijn geboorteland, mijn familie en vrienden, allemaal tekenen dat ik met mijn kont in de boter ben gevallen en me daar verdorie bewust van moet worden.

Toen ik doorhad dat het puur toeval is waaraan ik mijn privilege mag toeschrijven (in plaats van talent of kennis), heb ik geprobeerd mijn grenzen te verleggen. Letterlijk. Tijdens mijn journalistieke studie, trok ik voor mijn stage drie maanden naar de Filippijnen. Ik kon er terecht bij een vrouwenbeweging. Een hele wereld van verzet en activisme gingen voor me open.

Ik leerde er over problemen waar ik het bestaan niet van wist. Gelijkheid was voor mij steeds zo’n duidelijk, eenzijdig begrip geweest: simpelweg geen gezeik meer moeten aanhoren van mannen, maar op gelijke voet staan. Deze vrouwen vochten echter voor zoveel meer. Voor het recht op gezondheidszorg en onderwijs. Voor wettelijke bescherming tegen aanranding en verkrachting. Voor een einde aan hongersnood en armoede. Voor een kans om te overleven. Ik leerde mijn ogen te openen en niet langer weg te kijken van wat er zich in de wereld, en in mijn eigen land, afspeelt.

“Hoe meer ik reisde, hoe meer ik luisterde, hoe minder ik bleek te weten.”

Na de Filippijnen vertrok ik naar Marokko. Ik mocht er twee weken lang artikelen gaan maken over wat ik maar wilde. Geen onderwerp was te vergezocht. Bleek dat ik daar ook nog wel wat kon leren. Over de Marokkaanse cultuur, over het samengaan van de Islam en het feminisme, over hoe iets afgeschilderd wordt in de media. Opnieuw vond ik deze onderwerpen ook terug in eigen land. Hoe meer ik reisde, hoe meer ik luisterde, hoe minder ik bleek te weten.

Ik word tegenwoordig nog steeds rood als ik me opwind over iets. Alleen gebeurt dat de laatste tijd niet alleen meer bij onderwerpen die mij rechtstreeks raken. Mijn tirades zijn nu zeldzamer, maar gevarieerder. Ik wil nog steeds veel reizen en daar ook veel van leren. Ik hou ervan om in discussie te gaan, om te praten en te redeneren. Maar de grootste les die ik tot nu toe heb geleerd, is dat ik soms moet gaan zitten, mijn mond houden en moet luisteren.

 

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *