Berichten

Delen

Mijn moeder had vroeger kleine houten bakjes in de kast liggen. Telkens wanneer we een zak chips mochten open maken, haalde ik de bakjes uit de kast. Nauwkeurig strooide ik wat chips zo gelijkmatig mogelijk over drie bakjes, deelde twee bakjes uit aan mijn broers en hield er eentje voor mijzelf. Ik nestelde mij op de bank met een boek en deed zo zuinig mogelijk met mijn chips om er zo lang mogelijk van te kunnen genieten. Diep verzonken in het verhaal leefde ik mee met de hoofdpersoon, vergat ik alles om me heen – en zag ik de hand van mijn broer niet aankomen. Gegraai in mijn bakje chips! MIJN bakje chips! VAN MIJ! Verontwaardigd over zoveel onrechtvaardigheid, schreeuwde ik naar mijn broer dat het niet eerlijk was, dat hij toch zijn eigen bakje chips had, dat ‘ie het nooit meer mocht doen. Het was van mij, niet van hem.

Delen en gunnen

Ik rende naar mijn moeder toe om steun te zoeken en mij in het gelijk te stellen dat het inderdaad nooit meer mocht gebeuren. Alleen kreeg ik die niet. Integendeel. Mijn moeder werd niet boos op mijn broer, maar wees mij erop dat ik moest leren delen. De drie bakjes betekenden niet dat ieder slechts recht had op één bakje. De drie bakjes waren gewoon een middel om de chips onderling te verspreiden, maar de chips zelf bleef van iedereen. En zo leerde ik dat eten zoveel meer is dan alleen een voedingsmiddel, maar symbool staat voor saamhorigheid en aandacht voor de ander.
Lees meer